Andere tijden in de huisartsenzorg

Andere tijden in huisartsenzorg

In december heeft Jan Schipper afscheid genomen van huisartsenpraktijk Leek, na 36 jaar praktijkvoering. Hoe kijkt hij terug op die jaren en welke adviezen zou hij willen meegeven? Opmerkelijk genoeg gaat het gesprek eigenlijk vooral over de toekomst. Huisartsenzorg wordt namelijk steeds boeiender, vindt hij. In die zin kost het moeite om met pensioen te gaan.

Eigenlijk had ik destijds andere plannen, maar via een stage in 1979 ben ik als huisarts in Leek begonnen en gebleven. We waren toen een maatschap van 3 solisten. Er is ontzettend veel veranderd in 36 jaar. Destijds waren huisartsen niet zo professioneel ingesteld als tegenwoordig. Huisartsen waren georganiseerd in Regionale Huisartsen Verenigingen. Binnen zo’n RHV hadden we 1x per 2 maanden overleg, waarin ook vaak een specialist langs kwam. Heel informatief, maar eigenlijk vertelde de specialist wat we moesten doen. We waren toen als huisartsen onvoldoende georganiseerd om onze eigen kwaliteit goed te ontwikkelen. Huisartsen namen voor elkaar waar, meer was het niet. Na ongeveer 5 jaar wilde ik dan ook bestuurlijk actiever worden.

Professionalisering door de jaren heen 

“Geleidelijk aan zijn we van waarneemgroepen doorontwikkeld naar huisartsengroepen (Hagro’s), waarin Farmacotherapie Overleg gestart werd met apothekers. We zijn als huisartsen protocollen gaan ontwikkelen, meer gaan samenwerken, transparanter geworden naar elkaar toe. En we begonnen in te zien dat bepaalde verrichtingen ook goed in de huisartsenpraktijk gedaan konden worden zoals uitstrijkjes maken, wratten verwijderen. Dat betekende dat de assistentes meer gingen doen. Daar moest men aan wennen, ook de assistentes zelf, maar er kwamen aparte spreekuren en voor hen werd het werk gevarieerder.” 

“Daarnaast kwamen er M&I modules als een soort stimuleringsgeld om de praktijk beter te organiseren, met vooral de laagdrempeligheid, bereikbaarheid en beschikbaarheid als speerpunten. Geen bandje laten horen als een patiënt belt, maar snel en klantgericht de telefoon opnemen. En de laatste jaren zijn we meer transmuraal gaan denken, ook in overleg met de zorgverzekeraar. Zo zijn we begonnen om zorg rond diabetes, CVRM, boezemfibrilleren in de 1e lijn uit te voeren. Maar er kan nog veel meer zoals het plaatsen van spiraaltjes en kleine chirurgische ingrepen. Essentieel is wel dat de kwaliteit geborgd is en steeds verbeterd wordt.” 


De eigenheid van huisartsenzorg

“Huisartsenzorg, ik spreek liever over het huisartsenvak, is heel anders dan gespecialiseerde zorg. 10% van de patiënten dat naar de huisarts komt, is duidelijk ziek, 10% niet en 80% is vooralsnog onduidelijk. Daar moet je als huisarts een oordeel over hebben. En de instrumenten die ik daarvoor heb, zijn eigenlijk heel beperkt: een stethoscoop, een bloeddrukmeter, mijn eigen zintuigen. In feite is mijn spreekkamer weinig veranderd in die 36 jaar, maar de omgeving/de setting is totaal veranderd. Dan hebben we het over de organisatiegraad, de financiering, de samenwerking met andere disciplines en de rol van de zorgverzekeraar.”

“Het overnemen van zorg van de 2e lijn kan heel goed, maar er is wel ondernemingsgeest voor nodig om die zorg op te zetten. Je moet elkaar kunnen aansturen, elkaar kunnen aanvullen. En kwaliteit leveren. Vanuit dat oogpunt ben ik al jaren actief in de Groninger Huisartsen Coöperatie (GHC). De GHC probeert collega’s te motiveren door facilitair te zijn.  Facilitair op medisch inhoudelijk gebied bijvoorbeeld door protocollen te ontwikkelen, maar ook door in overleg met de zorgverzekeraar te kijken waar we krimp kunnen opvangen, innovaties kunnen realiseren of de zorg daadwerkelijk kunnen verplaatsen. We proberen zoveel mogelijk voor de huisarts te organiseren. Uitbreiding van personeel is dan vaak nodig. Ook daarin willen we ondersteunen bijvoorbeeld in personeelsbeleid, sollicitatieprocedures e.d. Als je dat in goed overleg met de arts doet en daarin maximaal ondersteunt, dan valt de extra belasting mee en wordt het vak alleen maar leuker.” 

“We moeten er wel voor waken dat huisartsenzorg generalistisch blijft en niet teveel opgesplitst wordt in deelgebieden. Naast de inzet van ondersteuning zoals POH Somatiek, POH GGZ en vanaf januari POH ouderenzorg, blijft het overzicht en de coördinatie van belang. Dat heeft consequenties  voor de rol van de huisarts, maar betekent ook dat we steeds meer eisen moeten gaan stellen aan het niveau van ondersteuning. Men moet verantwoordelijkheid kunnen dragen, visie kunnen hebben. Dat geldt met name bij de complexere zorgvragen zoals bij ouderenzorg waar zoveel disciplines bij betrokken zijn. De regie moet eigenlijk bij niet meer dan 2 personen liggen. We moeten verder in de 1e lijn op eigen benen leren staan en de specialist kunnen raadplegen als we het niet meer weten. Het is naar mijn mening niet nodig dat er echt een specialist ons structureel in de 1e lijn komt ondersteunen.“

Toename patiënttevredenheid

“Bij collega’s die opzien tegen deze ontwikkelingen, wil ik graag de koudwatervrees wegnemen. Zie vooral de kansen en mogelijkheden. Je moet het anders organiseren, maar het geeft zoveel meer verdieping van het vak. Patiënten vinden het fantastisch dat er goede zorg wordt geleverd op fietsafstand. Ik weet zeker dat als je meer inhoud kan geven aan 1e lijnszorg, onder jouw verantwoordelijkheid, dat de patiënttevredenheid enorm toeneemt.” 
“Overigens zie ik de drive bij collega’s wel toenemen. Inmiddels zijn er veel nieuwe praktijken gestart met uitbreiding van zorg, in samenwerkingsverbanden. Die ontwikkelingen gaan de laatste jaren in goed overleg met Menzis, vind ik. Menzis weet steeds beter wat er leeft in de 1e lijn. We hebben als gemeenschappelijk belang goede zorg dichtbij de patiënt. En daarin kunnen we elkaar goed vinden en aanvullen.“

En nu rustiger aan!? 

“Ik zal de dagelijkse huisartsenpraktijk zeker gaan missen, maar de immer gevulde agenda niet. Via de Groninger Huisartsen Coöperatie wil ik me nog blijven inzetten voor de versterking van de 1e lijn. Er is nog genoeg te bereiken, met als ultiem resultaat optimale patiënttevredenheid. Op mijn afscheid zijn zo’n 1000 mensen geweest. Het is toch eigenlijk vreemd dat je dan pas feedback krijgt en hoort hoe mensen de zorg ervaren hebben. Dat had veel eerder moeten gebeuren. Je houdt functioneringsgesprekken met personeel, maar je vraagt dus nooit hoe de patiënten het allemaal vinden. Dat zou eigenlijk ook meer gemeengoed moeten worden.”  

                                                                                                                                        

                                                                                                                                              Interview: Thea Ripken

Op de website van Menzis worden cookies gebruikt. Dit doen we om het gebruik van de website te vergemakkelijken en om onze website te verbeteren op basis van analyses. We gebruiken ook cookies om u relevante persoonsgerichte inhoud te kunnen laten zien en voor social media toepassingen. Gaat u akkoord? Dan geeft u Menzis toestemming voor het plaatsen van alle soorten cookies. U kunt desgewenst uw voorkeur aanpassen via de link "instellingen". Meer informatie vindt u in onze cookiepolicy