Diagnosecode

Fysiotherapie, oefentherapie, huidtherapie

Diagnosecodes komen tot stand door de 4 cijferige code combinatie uit de DCSPH lijst met elkaar te combineren. Helaas kan een combinatie van deze codes leiden tot een code die in onze registratie niet, of slecht bruikbaar is in de verantwoording naar onze toezichthouders. Daarom heeft Menzis per 1 januari 2016 de lijst met mogelijke coderingen aangescherpt.

Uit onze administratie blijkt dat bij het declareren van behandelingen fysiotherapie/oefentherapie voor een aantal verzekerden nog steeds een diagnosecode gebruikt wordt die niet meer voorkomt in de lijst van coderingen. Tot en met 31-12-2015 hebben we deze diagnosecodes toegestaan in onze administratie. Per 1 januari 2016 is dit niet meer mogelijk.

 

Situatie vanaf 1 januari 2017

Om onnodige afwijzingen in uw declaraties te voorkomen, raden wij u aan goed te kijken naar de lijst met diagnosecodes.

Download hieronder de lijst met diagnosecodes, versie februari 2017. De lijst is aangepast in overleg met de NVFK, NVFB en de VvOCM.

Advies over diagnosecoderingen

Het Team Operationele Zaken (TOZ) ontvangt regelmatig van u vragen over welke diagnosecode u kunt gebruiken. Zij kunnen u hierin helaas niet adviseren. Onze medewerkers TOZ hebben geen (para)medische opleiding gevolgd.

Diagnosecode bepalen

U kunt zelf de diagnosecode en indicatiecode bepalen door gebruik te maken van: het verwijs, de door u gestelde paramedischediagnose, de DCSPH lijst, het bijlage 1 besluit, de conversietabel van het bijlage 1 Besluit en het Excel bestand op deze website. Het kan voorkomen dat de diagnose niet terug komt in de DCSPH lijst of in de door Menzis gehanteerde diagnosecodelijst. Wij kunnen u dan adviseren als u het contactformulier invult. 


Als u de volgende gegevens meestuurt, dan kunnen we uw vraag zo goed mogelijk beoordelen:
  • Het verzekerdennummer;
  • De verwijzing;
  • De oude diagnosecode;
  • De eventuele nieuwe code zoals u die denkt te halen uit ons Exceloverzicht.

Bijlage 1 van het Besluit zorgverzekering

In onderstaande ‘Besluit zorgverzekering, bijlage 1’, staan alle aandoeningen die in aanmerking komen voor behandeling fysiotherapie/oefentherapie ten laste van de basisverzekering, nadat de drempel van 1ste 20 zittingen is doorlopen. Deze behandelingen zijn medisch noodzakelijke behandelingen. De diagnose dient gesteld te zijn door de specialist. De verwijzing kan door specialist en huisarts worden gegeven. Voorheen werd deze lijst de ‘Chronische lijst Borst’ genoemd. 


Voor het bepalen van een diagnosecode verwijzen we u naar de 'Conversietabel obv bijlage 1 van het Besluit zorgverzekering' hieronder en ’Bijlage 7: FTOT 2017' hierboven. De conversie tabel is gebaseerd op de bijlage 1 van het Besluit zorgverzekering (BZV) artikel 2.6 lid 2. Mocht de aandoening van uw patiënt niet passen in de voorwaarden van dit besluit dan kunnen wij geen diagnosecode toewijzen. Daar zijn geen uitzonderingen op. De paramedisch adviseur van Menzis raadpleegt eveneens beide lijsten. Op basis van uw professioneel handelen verzoeken we u zelf de chronische of niet-chronische code te bepalen. De 'Conversietabel obv bijlage 1 van het Besluit zorgverzekering’ wordt geregeld bijgewerkt op basis van de laatste inzichten (o.a. de adviezen van ZiNL; voorheen CvZ). Wij verzoeken u om de gegevens te gebruiken van de versie die op de website van Menzis is geplaatst. Mocht u na het lezen van de 'Veelgestelde vragen' nog vragen hebben, dan kunt u deze mailen naar declaraties.paramedici@menzis.nl.

Let op:

Bij het declareren van afwijkende termijnen voor aandoeningen Chronische lijst, graag de bijlage van uw contract raadplegen (Handleiding Declareren).

Om de website van Menzis goed te laten werken en u de beste online ervaring te bieden gebruiken we cookies. U geeft ons toestemming als u onze website verder bezoekt of op "ik ga akkoord" drukt. U kunt desgewenst uw voorkeur aanpassen via de link "instellingen". Voor meer informatie, bekijk ons cookiebeleid.