Ontstaan psychische aandoening

Bio-psychosociaal model

Waardoor ontwikkelt de ene persoon wel psychische problemen en iemand anders niet? Dat hangt van verschillende factoren af. Onder andere door de volgende invloeden: Zitten psychische problemen in de familie, wat maakt iemand mee, en hoe gaat iemand met problemen om? Een optelsom van invloeden maakt of iemand een psychische aandoening ontwikkelt.

Helft krijgt ooit last van een psychische aandoening

Iedereen heeft wel eens klachten: lichamelijk of geestelijk. Vaak wordt er niet over psychische problemen gesproken. Er heerst schaamte voor deze problemen. Toch krijgen heel wat mensen er zelf mee te maken. Achttien procent van de Nederlanders had in het afgelopen jaar een psychische aandoening. En bijna de helft van alle mensen (42,7 procent) ontwikkelt ooit in zijn of haar leven een psychische aandoening zoals een depressie, angststoornis of alcoholverslaving.

Probleem of aandoening?

Een psychische aandoening is iets anders dan een psychisch probleem. Het woord ‘aandoeningen’ wordt gebruikt als er iets meer aan de hand is dan problemen. Dus ernstige problemen of meerdere problemen bij elkaar. Een goed voorbeeld is somberheid. U kunt een aantal dagen last hebben van somberheid, dat is een psychisch probleem. Wanneer somberheid langer duurt en u er veel last van heeft, noemen we het een aandoening en kan het belangrijk zijn dat u hulp zoekt.

Waardoor worden psychische aandoeningen veroorzaakt?

De oorzaak van psychische ziekten is niet makkelijk aanwijsbaar. Anders dan bij lichamelijke ziekten is er vaak niet één oorzaak, maar meerdere. Het bio-psychosociaal model legt uit hoe meerdere invloeden samenwerken. Kort gezegd: hoe meer risicofactoren u heeft, hoe groter de kans dat u een aandoening ontwikkelt. Welke soorten invloeden er bestaan leest u hieronder:

Biologische invloeden

Biologische invloeden zijn terug te vinden in het lichaam: denkt u bijvoorbeeld aan aanleg en erfelijkheid, medicijnen, alcohol en drugs.
De hersenen zijn kwetsbaar voor psychische ziekten. In de hersenen vinden allerlei processen plaats. Bij sommige mensen verlopen die net even anders dan bij de meeste van ons. Zo’n miniem verschil kan uiteindelijk zorgen dat iemand eerder een psychische aandoening ontwikkelt. Een afwijking kan door iets van buitenaf veroorzaakt worden, denkt u aan een ongeluk of aan een virus dat de hersenen beschadigt. Maar ook door iets van binnenuit, zoals erfelijkheid. Biologische invloeden spelen ook in de genen mee, zoals bij erfelijkheid het geval is. Net zoals haarkleur of lichaamslengte kan ook de kwetsbaarheid voor een psychische aandoening van ouder op kind worden doorgegeven. Niet de aandoening zelf, maar de kwetsbaarheid wordt doorgegeven. Denkt u nogmaals aan de weegschaal: de kwetsbaarheid van een aandoening is niet voldoende om deze daadwerkelijk te ontwikkelen. Sommige mensen zijn kwetsbaar voor psychische klachten, maar ontwikkelen ze nooit. Omdat ze nooit andere risicofactoren tegenkomen.
Stelt u zich eens voor dat u heel kwetsbaar bent voor verkoudheid (risicofactor 1), maar nooit buiten komt (risicofactor 2) en ook nooit met andere mensen in contact komt (risicofactor 3). Dan kan het zijn dat u nooit verkouden wordt, terwijl u wel heel kwetsbaar bent. Zo is het ook met psychische klachten. Wie dus alleen de kwetsbaarheid erft en voor de rest geen risicofactoren tegenkomt, ontwikkelt geen aandoening. Andere risicofactoren zijn dus ‘nodig’ om een psychische aandoening te ontwikkelen. Andere factoren zijn bijvoorbeeld psychologische invloeden.

Psychologische invloeden

Psychologische invloeden wijzen op het karakter, de persoonlijkheid, eigenschappen of de geest van iemand. U kent ze vast, mensen die overal heel makkelijk mee omgaan. Een deuk in de auto, een verregende vakantie? Het maakt niet uit, ze maken zich niet snel druk. Dit zijn heel andere types dan mensen wiens dag al verpest is als ´s morgens de hagelslag op blijkt te zijn. Zo zijn er nog tientallen aspecten van het karakter die maken dat de ene mens vatbaarder is voor een psychische aandoening en de andere veel minder. Hoe iemand omgaat met problemen bijvoorbeeld. Maar ook hoe perfectionistisch iemand is.

Sociale invloeden

Sociale invloeden wijzen op de omgeving en wat iemand meemaakt, omgeving, gezin, vrienden, wonen, werk. Hoe meer grote levensgebeurtenissen u meemaakt hoe meer kans er bestaat dat u een psychische aandoening ontwikkelt. Wie (als kind) misbruikt is, beroofd wordt, met de dood bedreigd is en ook nog eens zijn baan verliest, heeft meer risico op een aandoening dan iemand die nooit een grote levensgebeurtenis meemaakt. Ook de hoeveelheid steun die u van anderen heeft speelt een rol. Hoe meer steun, hoe minder kans op psychische aandoeningen.

Optelsom van invloeden

Kortom: of u een aandoening ontwikkelt begint vaak in de genen en met andere biologische factoren. Of de klachten zich uiteindelijk voordoen, hangt af van andere invloeden. Met iemand die (genetisch gezien) veel risico loopt, hoeft maar weinig te gebeuren om een aandoening te ontwikkelen. Maar andersom geldt het ook: zelfs als u weinig genetisch risico loopt, kunt u door heftige omstandigheden toch psychische klachten ontwikkelen.

Vragen over zorg?

Bellen met de Menzis Zorgadviseur

Bel de Zorgadviseur 088 222 42 42

  • Een vast contactpersoon
  • Klantwaardering: 8,1
  • Op werkdagen van 08.30 tot 19.00 uur

Menz en geest

Om de website van Menzis goed te laten werken en u de beste online ervaring te bieden gebruiken we cookies. Voor meer informatie, bekijk ons cookiebeleid.