Wettelijke wijzigingen fysio- en oefentherapie 2019 (update)

Vanaf 1 januari 2019 is gesuperviseerde oefentherapie bij COPD vanaf de eerste behandeling opgenomen in het basispakket. Wat dat in de praktijk betekent, leest u hieronder.

13 november 2018

In het Staatsblad van 14 september 2018 (2018 305) is het besluit van 27 augustus 2018 gepubliceerd, 'houdend wijziging van het Besluit zorgverzekering in verband met het zorgpakket Zvw 2019'.
 
Dit betekent dat vanaf 1 januari 2019 gesuperviseerde oefentherapie bij COPD vanaf de eerste behandeling in het basispakket is opgenomen, voor zover sprake is van stadium II of hoger van de GOLD-classificatie voor spirometrie. De omvang van de te verzekeren prestatie gedurende maximaal twaalf maanden is vervolgens afhankelijk van de classificatie voor symptomen en risico op exacerbaties. In onderstaande tabel is aangegeven wat de omvang van de prestatie is bij de verschillende klassen (A tot en met D) van deze laatste classificatie. Indien na het eerste jaar van behandeling nog onderhoudsbehandeling nodig is, bestaat recht op vervolgbehandeling - voor zover sprake is van klasse B, C of D voor de GOLD-classificatie voor symptomen en risico op exacerbaties. Deze vervolgbehandeling is gemaximeerd voor iedere periode van twaalf maanden die volgt op het eerste behandeljaar. De vervolgbehandeling bestaat per periode van twaalf maanden uit maximaal drie behandelingen als sprake is van klasse B en uit tweeënvijftig behandelingen indien sprake is van klasse C of D. De aandoening COPD in bijlage 1 bij het BZV vervalt met ingang van 1 januari 2019.

   klasse A klasse B   klasse C  klasse D
 Max. aantal behandelingen in de eerste 12 maanden (het eerste behandeljaar)  5  27  70  70
 Max. aantal behandelingen per 12 maanden in de onderhoudsfase (de jaren na het eerste behandeljaar)  0  3  52  52

De regelgever heeft geen overgangsrecht geregeld. Dit betekent dat de wijzing per 1 januari 2019 een onmiddellijke werking heeft.

Wat betekent dat?

Gelet op de onmiddellijke werking, ontstaat met ingang van 1 januari 2019 een aanspraak vanaf de eerste behandeling ten laste van de basisverzekering. De wijze waarop de te verzekeren prestatie is geformuleerd, betekent dat er gestart wordt met de eerste behandelperiode van de oefentherapie van twaalf maanden (het eerste behandeljaar). Daarmee wordt voorkomen dat discussie ontstaat over de startdatum van het eerste behandeljaar. Tevens wordt daarmee voorkomen dat COPD-patiënten die vóór 1 januari 2019 al oefentherapie voor COPD vergoed kregen uit de Zvw, direct worden ingedeeld in de onderhoudsfase met vervolgbehandelingen. Dit laatste zou ertoe kunnen leiden dat verzekerden met de lichtste COPD-indicaties in 2019 geen of nauwelijks meer vervolgbehandelingen uit de Zvw vergoed zouden krijgen, terwijl de lopende behandeling met oefentherapie daar niet op was afgestemd. Op deze wijze wordt een brede uitleg gegeven aan de regeling, die behulpzaam is voor patiënten (meer helderheid) en voor fysio- en oefentherapeuten (geen zwaardere administratieve lasten).

Wie mag de patiënt met COPD classificeren? De huisarts, de longarts, de fysiotherapeut?

Hiervoor is door het Zorginstituut de volgende pragmatische werkwijze aangegeven en partijen (KNGF, VvOCM en ZN) hebben die overgenomen.

 

De fysiotherapeut kan de patiënten die hij al kent, indelen in de categorieën A t/m D. Dat gebeurt op basis van de informatie die al eerder van huisarts en longarts is verkregen en op basis van de behandelhistorie in de praktijk (voor het assessment is het alleen nodig om het aantal exacerbaties en ziekenhuisopnames wegens exacerbaties in het voorafgaande jaar na te vragen en de patiënt een korte vragenlijst te laten invullen*). Bij twijfel is het verstandig om contact op te nemen met de behandelend arts (huisarts of longarts).

 

Voor nieuwe patiënten is de informatie die de huisarts of longarts geeft bij de verwijzing bepalend voor de indeling in de genoemde categorieën.

 

De indeling is als volgt: 

 Aantal/ernst van exacerbaties  Ernst van symptomen

 ≥ 2 exacerbaties of 

1 exacerbaties leidend tot ziekenhuisopname

 C  D
 0 of 1 exacerbatie zonder ziekenhuisopname  A  B
 

 nMRC 0-1 en/of CAT <10

 mMRC ≥ 2

 

*mMRC = modified British Medical Research Council Questionnaire

CAT = COPD assessment tool

 

Hoe te declareren bij COPD vanaf GOLD II?

Om het stadium (risicogroep) en de behandelperiode (eerste behandelperiode of onderhoudsjaar) van het behandeltraject inzichtelijk te kunnen maken, is een aparte CSI-code nodig.

Eerste behandelperiode:

  • Groep A: CSI 013 (maximaal 5 behandelingen)
  • Groep B: CSI 014 (maximaal 27 behandelingen)
  • Groep C/D: CSI 015 (maximaal 70 behandelingen)

Onderhoudsjaar na eerste behandelperiode:

  • Groep B: CSI 016 (maximaal 3 behandelingen) 
  • Groep C/D: CSI 017 (maximaal 52 behandelingen)

De te hanteren diagnosecode voor COPD is 2554.

Op de website van Menzis worden cookies gebruikt. Dit doen we om het gebruik van de website te vergemakkelijken en om onze website te verbeteren op basis van analyses. We gebruiken ook cookies om u relevante persoonsgerichte inhoud te kunnen laten zien en voor social media toepassingen. Gaat u akkoord? Dan geeft u Menzis toestemming voor het plaatsen van alle soorten cookies. U kunt desgewenst uw voorkeur aanpassen via de link "instellingen". Meer informatie vindt u in onze cookiepolicy