De zorg voor mensen die Vitamine K-antagonisten (VKA’s) gebruiken verandert snel. Door de brede inzet van DOAC’s is het aantal patiënten dat afhankelijk is van VKA-zorg de afgelopen jaren sterk afgenomen - een trend die doorzet, maar waarbij de behoefte aan gespecialiseerde ondersteuning nooit volledig zal verdwijnen.
Krimpende patiëntenpopulatie en toenemende druk
De afname van VKA-gebruikers (nu ongeveer 150.000 patiënten) leidt tot twee grote uitdagingen:
- financiële houdbaarheid op korte termijn;
- borging van kwaliteit, deskundigheid en achterwacht op de middellange termijn.
Trombosediensten spelen voor VKA-patiënten een onvervangbare rol. Huisartsen hebben doorgaans onvoldoende tijd en expertise om deze zorg over te nemen, waardoor het wegvallen van trombosediensten extra druk op de tweede lijn zou veroorzaken.
Te veel, te klein, te kwetsbaar
Het huidige landschap kent nog steeds meer trombosediensten dan de krimpende patiëntenpopulatie kan dragen. Kleine diensten hebben moeite om:
- expertise en achterwacht op niveau te houden;
- voldoende doseerartsen beschikbaar te hebben;
- de kwaliteitseisen structureel te borgen;
- financieel gezond te blijven.
Daarom is concentratie onvermijdelijk, maar alleen wanneer zorgvuldig uitgevoerd.
Beleid van Menzis: naar robuust georganiseerde VKA-zorg
Menzis staat voor kwalitatief sterke, toekomstbestendige en doelmatig georganiseerde VKA-zorg. Daarom sturen we per 1 januari 2027 op een minimale schaalgrootte van 2.000 unieke VKA-patiënten. Deze minimale schaalgrootte kan op twee manieren worden bereikt:
- Het bedienen van minimaal 2.000 uniek VKA-patiënten binnen de eigen organisatie;
- Aansluiting bij een overkoepelende organisatie waarin minimaal 2.000 unieke VKA-patiënten worden bediend.
Onder overkoepelende organisatie verstaat Menzis een organisatievorm waarin bijvoorbeeld doseeradvies en achterwacht zijn gebundeld. Met deze keuze zetten we een onomkeerbare beweging naar verdere consolidatie in gang, zonder dat we actief individuele fusies afdwingen.
Stabielere continuïteit, minder risico’s
Binnen een verenigings- of koepelstructuur kunnen mogelijke opheffingen van trombosediensten beter worden opgevangen. Dit verkleint het risico op zorgonderbreking en beschermt de continuïteit voor verzekerden.