Slaap en lichamelijke problemen
Goed slapen verlaagt de kans op lichamelijke problemen, maakt mensen energieker en duurzaam gezond. Slecht slapen hangt samen met onder andere obesitas, diabetes, insulineresistentie, hart- en vaatziekten, een slechtere fysieke fitheid en daardoor een lagere kwaliteit van leven.
Slaap en mentale problemen
Door beter te slapen, zit je lekkerder in je vel. Slecht slapen komt in de psychiatrie vaak voor en is onder andere geassocieerd met depressie, angststoornissen, psychotische stoornissen, verslaving en adhd. Speelt een van deze diagnoses, dan merk je al verschil zodra je start met slaaptherapie.
Maar liefst 30% van de Nederlanders slaapt slecht. Slecht slapen kost het Nederlandse bedrijfsleven 12,4 miljard per jaar. Gemiddeld verzuimt een slechte slaper 6 dagen per jaar. Het veroorzaakt ook vaker ongelukken en het werkplezier neemt af.
Voorbestemde, uitlokkende en onderhoudende factoren bij ontregelde slaap
Aan de hand van het driefactorenmodel gaf Cyntha een toelichting op de factoren die invloed hebben op een ontregelde slaap of een slaapstoornis. Dit model gaat uit van voorbestemde, uitlokkende en onderhoudende factoren bij de ontwikkeling van slapeloosheid.
Voorbestemde factoren die een rol spelen bij slechter slapen, zijn bijvoorbeeld je biologische eigenschappen en persoonlijkheidstrekken. Ook zijn sociale factoren van belang; je omgeving speelt een rol. Soms letterlijk, wanneer je bijvoorbeeld in een aardbevingsgebied woont. Of wanneer je bent opgegroeid in een omgeving waar je werd gepest, of je je niet geborgen voelde. Dan ben je altijd alert, ook in je slaap. Deze factoren kun je niet aan- of uitzetten.
Wanneer je slaap uit balans wordt gebracht, gebeurt dat door een uitlokkende factor. Voorbeelden daarvan zijn een ziekte, stress, een moeilijke levensgebeurtenis of psychische problemen.
Onderhoudende factoren zijn factoren waarbij mensen andere dingen gaan doen die de slaap verder verstoort. Denk aan te lang in bed liggen, overdag slapen of piekeren dat je nĂș moet slapen omdat je vindt dat je 8 uur slaap nodig hebt.
Je eigen invloed op de slaapregulerende processen
Er bestaan twee slaapregulerende processen: S (slaapdruk) en C (clock/biologische klok). Als je weet dat je slechte slaapritme ligt aan proces S of C, kun je daar kleine aanpassingen doen.
Proces S - slaapdruk
Proces S bepaalt met name het inslapen en de hoeveelheid diepe slaap. Als je lang niet hebt geslapen, is het makkelijker om in te slapen. In proces S speelt adenosine een belangrijk rol. Dit is een chemische stof die gedurende de periode dat je wakker bent aangemaakt wordt in de hersenen. Het adenosineniveau stijgt totdat je weer gaat slapen. Het gevolg hiervan is dat je steeds meer de behoefte voelt om te gaan slapen. Dat is de zogenaamde slaapdruk. Dit wordt weer sterk afgebouwd zodra je gaat slapen.
Hierom is Cyntha er geen voorstander van om overdag te slapen. Je bouwt dan onvoldoende slaapdruk op om een goede nachtrust te hebben. Natuurlijk is het niet zo zwart/wit en is het soms nodig om rust te nemen.
Proces C – biologische klok
De biologische klok is een onderdeel van ons lichaam. Het bevindt zich in ons brein, vlak boven de plek waar onze oogzenuwen elkaar kruisen. Het zorgt voor alle ritmes die ons lichaam rijk is en die ritmes moeten in balans zijn. De biologische klok haalt de tijd uit je activiteiten, de hoeveelheid licht en je voedsel.
Advies voor slechte slapers: ga overdag naar buiten
Licht is een van de belangrijkste (externe) tijdsaanduiders van de biologische klok. Een interne aanduider is melatonine, een lichaamseigen hormoon. Dat hormoon geeft onze biologische klok aan wanneer we moeten gaan slapen.
Onze klok heeft dus informatie nodig. Het is belangrijk om overdag voldoende licht te krijgen en in de avond de hoeveelheid licht af te bouwen. Een belangrijk advies voor slechte slapers: ga naar buiten! Ook op een sombere dag. Juist dan zou je eigenlijk nog langer buiten moeten zijn. De hoeveelheid licht die je op een sombere dag consumeert, is ca 3.000 lux (lux is een eenheid van verlichtingssterkte). Op een zonnige dag kan dat 50.000 - 100.000 lux zijn. Op kantoor met felle lampen is die hoeveelheid 300 lux.
Het slaapritme heeft invloed op je andere ritmes
Slapen en waken is niet het enige ritme. Alle systemen hebben voorgeprogrammeerde ritmes die een dag duren. De stemming gaat bijvoorbeeld ’s nachts omlaag en overdag omhoog. Dus pieker je ’s nachts, dan lijkt alles veel erger. Andere ritmes zijn je energie, je temperatuurhuishouding of concentratie.
Volg je een ander slaap/waakritme, bijvoorbeeld op vakantie? Alle ritmes komen dan later op gang en lopen door elkaar. Je lichaam is daardoor in de war en vaak voel je je dan minder goed. Sommige mensen hebben hier ook last van bij de overgang naar de zomer- of wintertijd. Is dat het geval? Bereid je hier dan enkele weken van tevoren op voor door alvast wat eerder of later te naar bed te gaan om de overgang niet te groot te maken.